Natuur

Inleiding

Een uitzonderlijke natuurlijke rijkdom

De achttien terrils en galmeiheuvels van het Pays des Terrils zijn restanten van de mijnbouwactiviteiten uit de XIXe en XXe eeuw. De terrils zijn onlosmakelijk verbonden met de steenkoolactiviteiten. Hun bodem bevat schiefer, steenkool en antraciet. De galmeiheuvels zijn er gekomen samen met de metaalnijverheid en bestaan uit slakken en sintels die rijk zijn aan zware metalen als zink en lood. De samenstelling van de bodem werd dus door de menselijke activiteit gewijzigd en het is precies hier dat bijzondere plantensoorten zijn beginnen te groeien en dat beschermde diersoorten een schuilplaats hebben gevonden.

Twee jaar lang heeft de vzw Natagora de fauna en de flora op de sites van het Pays des Terrils geobserveerd. De resultaten zijn verbazingwekkend!

De wetenschappers hebben meer dan 300 soorten planten ontdekt, waaronder pioniersplanten die op het gesteente zelf tot ontwikkeling zijn gekomen, warmteminnende graslanden die op de zongerichte kanten zijn ontstaan, bosjes met vlinderstruiken, brem of meidoorns. Maar ook bossen met robinia’s, Amerikaanse eiken of andere variëteiten en zinkhoudende graslanden waarop het prachtige zinkviooltje groeit dat men alleen in deze omgeving aantreft.